Meet-Up over Next-level Knooppuntenontwikkeling, 11 oktober 2018

IMS Meet-up over Next-level Knooppuntenontwikkeling

11 oktober 2018

Op 11 oktober vond de 3e meet-up van Innovatieprogamma Mobiele Stad (IMS) plaats in het Provinciehuis Utrecht. Verschillende experts, wetenschappers en beleidsmakers kwamen samen om next-level knooppuntontwikkeling te bespreken en te ervaren. Het was een leerzame en interactieve dag met o.a. een fietstocht, een game en enkele lezingen.

Edwin van UUM opende als gespreksleider van de Meet-Up het dagprogramma met een voorstelronde en korte toelichting op het Innovatieprogramma Mobiele Stad. De dag was opgedeeld in drie onderdelen. Tijdens het eerste deel kon de groep kiezen tussen een fietstocht naar Bunnik, waar de gemeente bezig is met placemaking rond het station, of een coöperatieve boardgame, rond de ontwikkeling van Utrecht Science Park. In het tweede deel was er opnieuw de mogelijkheid om de game te spelen en werden twee lezingen gehouden door Mariana Faver, vereniging Deltametropool, en Marcel Touset, APPM. De afsluiting vond plaats met een interactief debat waarin advies werd gevraagd aan de groep over twee vraagstukken van de Provincie Noord-Holland en Provincie Utrecht.

Na de introductie van Edwin vertrok een enthousiaste groep op de fiets naar Bunnik. Deze prachtige, landelijke fietsroute brengt je in 20 minuten van Bunnik Station naar het Utrecht Science park. Dit is sneller dan de huidige openbaarvervoer verbindingen van Bunnik en aanliggende dorpen naar het Utrecht Science Park. De gemeente Bunnik is dan ook bezig met de promotie van deze fietsroute om het gebruik ervan te stimuleren. Aangekomen op station Bunnik werd de groep verwelkomd met appels en appelsap van een lokale fruitkweker en werd een toelichting gegeven over de inzet van placemaking rond het stationsgebied. Placemaking heeft de bewoners en bedrijven rond het stationsgebied betrokken, om samen te werken aan actielijnen, verbeteringen en ontwikkelingen rond het stationsgebied.

                  

 

 

 

 

 

In het Provinciehuis speelden de twee andere groepen de coöperatieve serious game rond de ontwikkeling van Utrecht Science Park en de Oostflank. Het doel van het spel is zoveel mogelijk gebruikers op te vangen in de regio zonder dat congestie ontstaat. Elke speler representeert een knooppunt dat zoveel mogelijk gebruikers moet trekken door programma toe te voegen. De knooppunten moeten samenwerken om de congestie in de regio op te vangen en op te lossen, terwijl het programma en aantal ontwikkelingen in het gebied steeds groter werd. Hierdoor komt de wederkerigheid in het spel goed naar voren.

De tweede ronde gaf de kans aan de fietsgroep om de game te spelen, terwijl de andere groep naar twee lezingen kon. De eerste lezing werd gegeven door Mariana Faver van de Vereniging Deltemetropool. Zij toonde de relatie tussen mobiliteit en verstedelijking en hoe data ingezet kan worden om mobiliteit in Nederland te signaleren. Zo werden beelden getoond van het landgebruik rond stations en hoe intensief dit is, kwamen vlindermodellen ter sprake en werd de OV-bereikbaarheidsindex getoond. Ze gaf aan dat knooppuntenontwikkeling buiten kijf staat, maar dat ontwikkeling niet gelijk staat aan woningbouw. Knooppuntontwikkeling moet nog meer ingezet worden in de nabije toekomst.

Hierna sprak Marcel Touset van APPM over het opzetten van een digitale leeromgeving rond transit oriented development. Waar goed openbaar vervoer ligt, daar ontstaat ontwikkeling. De leeromgeving wil gezamenlijk opgaven bepalen, waarbij bij verandering in het proces opnieuw naar de opgave wordt gekeken. De digitale leeromgeving is eigenlijk een stappenplan, waar op basis van de opgave en problemen die men ondervindt een menukaart aan oplossingsrichtingen biedt. De menukaart is opgesteld op basis van een reeks bestaande projecten waarin diverse oplossingsrichtingen naar voren kwamen.

De dag werd afgesloten met een levendig einddebat. Twee provincies vroegen om hulp, advies en oplossingen voor een eigen probleem casus. De eerste casus kwam van Paul Chorus (Provincie Noord Holland) en ging over een onveilige spoorovergang aan de Guisweg in Zaanstad die te vaak is gesloten door het dichte spoornet. Tegelijkertijd is er ruimte voor verdichting in het gebied. De vraag van Paul is of de Provincie zich afwachtend of proactief dient op te stellen? In de groep heersde verschillende meningen, maar uiteindelijk werd besloten dat de Provincie als makelaar zou kunnen optreden. Iedereen zit vast in zijn traditionele rol en er is geen gezamenlijk belang. De provincie moet als makelaar de verschillende stukjes van de oplossing bij elkaar zoeken en de rol op zich nemen om het proces te begeleiden.

Hierna kwam Bart Althuis van de Provincie Utrecht naar voren met de vraag of een busknoop interessant genoeg is voor stevige knooppuntontwikkeling. Of moet er sprake zijn van een tram, trein of lightrail, spoor-verbinding?  De groep gaf antwoord op de vraag door diverse belangrijke kwaliteiten van een knooppunt te noemen en de bijpassende modaliteiten. Er is een bepaalde verbindingskwaliteit en frequentie vereist om een knooppunt goed te noemen. Ook is de halteafstand van belang en moet de reistijd kunnen concurreren met de fiets. Daarnaast is de maatschappelijke acceptatie van de trein hoger dan de bus. De groep concludeerde dat het van belang is naar de lokale behoefte te kijken en niet blind infrastructuur neer te leggen. Een interactiemilieu is nodig, waarbij goed gekeken wordt naar de kwaliteit van de plek en de haltes.

De twee Provincies waren erg te spreken over de adviezen en oplossingen die de groep aandroeg. Dit was een mooie afsluiting van een leerzame dag waarin bijzondere en interessante experimenten aan bod zijn gekomen!