Het Forum, 28 november 2018

Blog IMS Forum 28 november

Op woensdag 28 november 2018 was het tijd voor het eerste Forum van het Innovatieprogramma Mobiele Stad (IMS). In de IJzaal van de Tolhuistuin, met een fijn uitzicht op het IJ en Amsterdam Centraal Station, kwamen meer dan 30 experts, beleidsmakers en wetenschappers samen voor een interessante dag in het teken van kennisuitwisseling rondom mobiliteitsexperimenten.

Luca Bertolini, dagvoorzitter en hoogleraar Planologie (UvA), opende het Forum met een welkomstwoord. Els Beukers, postdoc onderzoeker (UvA), lichte vervolgens de opzet van de dag toe: In kleine groepen tot een gerichte uitwisseling komen, met genoeg tijd en vertegenwoordiging vanuit de wetenschap en (beleids)praktijk. Het ochtendprogramma stond in het teken van kennisuitwisseling tussen mobiliteitsexperimenten van het IMS en verwante mobiliteitsexperimenten van Amsterdam Smart Mobility (ASM). In het middagprogramma werd gediscussieerd over hoe stedelijke mobiliteitsexperimenten te verankeren in de omgevingsvisies.

Na deze toelichting kreeg Karst Geurs, voorzitter IMS en professor Transport Planning aan de Universiteit Twente, het woord. Hij gaf een korte toelichting op het IMS programma en haar doelstellingen.

Hierna vertelde Stefan Titus (vervanger van Lizann Tjon, programmamanager ASM) van Smart Mobiliy Amsterdam over de mobiliteitsuitdagingen waar de gemeente Amsterdam voor staat.De stad groeit harder dan verwacht, met grotere mobiliteitsopgaven tot gevolg. Deze opgaven roepen de vraag op hoe Amsterdam bereikbaar en veilig blijft in combinatie met een aantrekkelijke openbare ruimte en schone lucht. Samen met haar burgers zoekt de gemeente Amsterdam naar vernieuwingen die schoner en slimmer zijn en waarbij de gebruiker centraal staat. Dit doen ze in de vorm van verschillende mobiliteitsexperimenten, die maatwerk bieden per locatie, om er vervolgens lessen voor de gehele stad uit te kunnen trekken.

In het kader van kennisuitwisseling waren er drie locatiebezoeken mogelijk. De deelnemers konden kiezen uit:

  • Mobility as a Service (MaaS) A’dam Zuidas vs. MaaS Den Bosch Paleiskwartier
  • Gebiedsontwikkeling A’dam Havenstad vs. digitale en analoge game-experimenten IMS
  • Mobi-Hub A’dam Olympisch Stadion vs. Mobi-hub Nijmegen en Ede World Food Center

De deelnemers gingen met het OV op pad naar de verschillende locaties. Bij vertrek bij de Tolhuistuin werd iedereen voorzien van een lunchpakket.Het lijkt wel of we op schoolreisje gaan”, grapte een van de deelnemers. Bij elke locatie spraken de deelnemers over de raakvlakken tussen de experimenten. Met een intervisieoefening behandelde de groep actuele vragenstukken en/of problemen van de experimenten, om zo tot nieuwe inzichten te komen. De gedeelde lessen en concrete acties werden bij terugkomst in de Tolhuistuin gedeeld met de andere groepen in een posterpresentatie.

Locatie bezoek Mobility as a Service A’dam Zuidas

In het World Trade Centre op de Zuid-as Amsterdam stond een uitwisseling tussen MaaS (Mobility as a Service) in Amsterdam Zuid-as en in Den Bosch Paleiskwartier centraal. In de intervisiesessie, geleidt door Els Beukers, werd de Troika-oefening gedaan, waarbij de groep adviseerde over een actuele vraag vanuit beide MaaS projecten.

Karst Geurs stelde namens MaaS Paleiskwartier de vraag: “Hoe moeten overheden anticiperen op veranderende belastinginkomsten als gevolg van MaaS toepassingen?” De groep stelde dat gemeenten duidelijk regie moeten voeren op MaaS en deelauto-concepten om mogelijk negatieve gevolgen (meer ipv minder autoritten door de stad) te voorkomen. Ook zag de groep kansen voor gemeenten om hun bezit van parkeerplaatsen te vermarkten door deze voor een hoge prijs aan deelautobedrijven te verhuren, met aanvullende voorwaarden.

Diederik Basta stelde namens MaaS Zuid-as de vraag: “Hoe kan de verstokte automobilist tot MaaS worden verleid?” Aan deze vraag gaf de groep snel een andere wending; niet de verstokte automobilist (ca. 28 % van de Amsterdammers) zou centraal moeten staan, maar juist de bereidwillige burgers (ca. 72 % van de Amsterdammers). Immers, belangrijk voor een MaaS platform is het bereiken van een zekere omvang in gebruikers en aanbieders.

De intervisie heeft onverwachte inzichten gegeven, interessante connecties gelegd en mogelijk een zaadje gepland voor een nieuw IMS experiment. Met goede energie en nog volop discussiërend is de groep weer in de Noord-zuidlijn gestapt voor het vervolg van het IMS forum in de Tolhuistuin.

Locatiebezoek REM-eiland, Amsterdam havenstad

De groep die naar het REM-eiland reisde heeft zich verdiept in de gebiedsontwikkeling Amsterdamdam Havenstad en de mogelijkheden om dit te ondersteunen met digitale en analoge games. Vanuit het IMS waren twee game-experimenten aanwezig: knooppuntontwikkeling Utrecht Science Park in een analoog bordspel en de serious game rond regionale woningbouwopgave en mobiliteit in de provincies Noord- en Zuid-Holland. In deze groep was de intervisie gericht op elkaar informeren over de toegevoegde waarde van games, analoog en digitaal. De volgende vragen zijn besproken: “Wanneer heb je een spel nodig?”, “Waarvoor heb je een spel nodig?”, “Wat wil je leren?”, “Wanneer betrek je stakeholders?”, “Welk schaal en detailniveau?”, “Wanneer games niet toepassen?”.

Locatiebezoek Mobi-hub, Amsterdam Olympisch Stadion

De derde groep reisde naar het Olympisch stadion om daar de praten over de mogelijke ontwikkeling van een Mobiliteitshub (mobi-hub), gekoppeld aan de opnieuw te verlenen concessie van het tankstation aldaar. Vanuit het IMS waren deelnemers van twee experimenten aanwezig: de Mobi-hub Nijmegen (duurzame Gelderse steden) en de dialoogtool voor onconventionele parkeeroplossingen in Ede ,World Food Center (WFC). In de intervisiesessie, geleidt door Luca Bertolini, werd de Troika-oefening gedaan, waarbij de groep advies gaf aan de hand van actuele projectvragen. Voor de mobi-hub Olympisch stadion was het advies om ambitie te tonen en te laten zien hoe mobiliteit in de toekomst is en wordt. Stel daarbij de hoe-vraag boven de wat-vraag. Het experiment over onconventionele parkeeroplossingen (WFC Ede) kreeg het advies om zich te richten op een doelgroep die welwillend is én om in het plan en de communicatie nadrukkelijk de nabijheid van het IC station (< 100 meter) te benadrukken.

Ronde tafels

De koffie stond klaar toen de deelnemers terugkwamen van de verschillende locaties. Omdat het middagprogramma een andere scope had dan het ochtendprogramma sloten er een aantal nieuwe deelnemers aan. In een plenaire posterpresentatie werden zij, en ook de andere deelnemers, op de hoogte gebracht van de uitkomsten van de intervisiesessies. Bij alle experimenten waren de groepen tot onverwachte en interessante inzichten gekomen. Een zeer geslaagde uitwisselingen dus!

Tijd voor de ronde tafelgesprekken. Er stonden twee vragen centraal, namelijk: “Hoe verbinden we stedelijke mobiliteitsexperimenten met omgevingsvisies?” en “En waarom zou dit wenselijk zijn?”. Luca en Frank van den Beuken (Inhoudelijk projectmanager omgevingsvisie Amsterdam) leidden het thema in door een vraaggesprek. Hierin werd gesteld dat experimenten en omgevingsvisies (NOVI, POVI’s, GOVI’s) elkaar nodig hebben. Kleine experimenten zijn op zichzelf niet voldoende en een omgevingsvisie kan een papieren werkelijkheid worden. De vraag is hoe deze te verbinden. Dat gebeurt nog niet altijd vanzelf, zoals nu nog bij de Gemeente Amsterdam. Met dit in gedachten ging de groep uiteen in drie ronde tafelgesprekken onder begeleiding van Jan Ploeger (provincie Zuid-Holland), Paul Chorus (provincie Noord-Holland) en Idelette Schuurman (provincie Utrecht) om een statement met betrekking tot de gestelde vragen te formuleren.

De plenaire terugkoppeling van de statements gaf een levendige discussie die werd afgetrapt door reflectant Bart Vink (ministerie I&W). Ondanks enige terughoudendheid om een radicaal andere visie op stedelijke mobiliteit te laten weerklinken in omgevingsvisies, zouden omgevingsvisies wel een vorm van ‘uitnodigingsplanologie’ kunnen bieden.

De omgevingsvisie roept op en benoemt bijvoorbeeld de innovaties waarop experimenten noodzakelijk zijn. Dit vraagt een ‘empowerment’ van de samenleving om oplossingen aan te dragen voor de kernthema’s die in de omgevingsvisies worden benoemd. Die oplossingen kunnen worden getest in experimenten, wat omgevingsvisies kunnen benoemen als mogelijkheid.

Na deze leerzame en energieke dag was het tijd voor een borrel om na te praten over wat de deelnemers in dit eerste IMS forum allemaal hadden gehoord, gezien en geleerd.