Experimenten

Het Innovatieprogramma Mobiele Stad is een samenhangend, coherent programma van vernieuwende experimenten met diverse activiteiten voor reflectie, leren en kennisuitwisseling eromheen.

  • Experimenteren: we voeren concrete praktijkexperimenten uit die zowel bijdragen aan de doelen van de betreffende provincie als een belangrijke voorbeeldwerking hebben voor andere provincies en het Rijk;
  • Kennis ontwikkelen: we doen nieuwe kennis en ervaringen op bij gemeenten en provincies en het Rijk, alsmede andere betrokken stakeholders, zowel op projectniveau als op niveau van beleid: kaders, publieke afspraken, inzet instrumenten, en mogelijke investeringen;
  • Kennis uitdragen: voorbeeldfunctie van de praktijkexperimenten en opgedane ervaringen en kennis verspreiden naar andere provincies, gemeenten, intermediaire instellingen en richting de Ministeries van IenM en BZK in het kader van de herijking en vernieuwing van het rijksbeleid.

Op basis van de inhoudelijke vraagstukken die door de provincies zijn ingebracht, zijn de experimenten in vier thema’s ingedeeld.

  • Smart mobility experimenten: Onder dit thema vallen twee typen experimenten, namelijk leren van (big) data en experimenteren met nieuwe mobiliteitsdiensten. Bij big data gaat het concreet om de ontwikkeling van nieuwe instrumenten – met behulp van bijvoorbeeld mobiele data, apps en social media – voor de analyse van knooppuntontwikkeling en ketenmobiliteit. Bij nieuwe mobiliteitsdiensten richten we ons op ‘Mobility as a Service’ (MaaS). In het Innovatieprogramma wordt de koppeling gelegd tussen de huidige MaaS experimenten en de first/last mile opgaven en knooppuntontwikkeling. Een vernieuwende invalshoek.
  • Ruimtelijke experimenten: Niet alleen het samenkomen van verschillende soorten infrastructuur en mobiliteitsstromen op knooppunten vormt een plannings- en ontwerpopgave van formaat. Ook de verbinding van infrastructuur/mobiliteit met een aangename verblijfsomgeving vraagt veel aandacht. Het Innovatieprogramma biedt de mogelijkheid om nieuwe manieren van plannen en ontwerpen te testen: op locatie, in de praktijk, zonder meteen grote investeringen te doen. Experimenten juist gericht op het uitproberen om hiervan snel te kunnen leren.
  • Instrumentele en financiële experimenten: Ondanks onzekerheden in de veranderende maatschappelijke opgaven met betrekking tot de thema’s ruimte, mobiliteit en bereikbaarheid kunnen we enkele trends wat betreft aanvullende financieringsbehoeften schetsen. Voorbeelden hiervan zijn de in het algemeen nodige investeringen voor de bekostiging van transformatie- en transitieopgaven, de gereduceerde traditionele publieke middelen voor gebiedsontwikkeling en mobiliteit, en de vernieuwingen in ‘public finance’ waarbij publieke en private financieringsstromen meer met elkaar verweven raken. Het borgen van bereikbaarheid vraagt om een heroriëntatie op bestaande financiële arrangementen.
  • Governance experimenten: Ook leiden bovenstaande maatschappelijke opgaven tot nieuwe governance uitdagingen. Hoe zorg je voor slagvaardige governance in een complexe regionale krachtenveld, gekenmerkt door ruimtelijke en institutionele fragmentatie, een onsamenhangende waaier aan publieke, private en maatschappelijke partijen, steeds veranderende rollen, en vraagstukken die voortdurend grenzen overschrijden?

Het Innovatieprogramma richt zich op het initiëren en uitvoeren van twee typen praktijkexperimenten: thematische en gebiedsgerichte experimenten.

Thematische experimenten richten zich op spannende vraagstukken tussen specifieke thema’s in het veld van mobiliteit en stad. Dat kan onder meer gaan om bereikbaarheidsinnovaties, ruimtelijke transformaties, vastgoed en openbare ruimte, sturing of financiering. Bij gebiedsgerichte experimenten gaat het om concrete vragen die gerelateerd zijn aan een specifiek geografisch gebied en schaalniveau.

In de praktijkexperimenten organiseren we alle relevante publieke, private en maatschappelijke stakeholders rond een concreet vraagstuk: diverse overheden, vervoerders, bedrijfsleven, investeerders, corporaties, belangengroepen, instellingen en groepen bewoners. In coproductie wordt nieuwe kennis over kansrijke oplossingsrichtingen en (proces)aanpakken gegenereerd en wordt die kennis in praktijkexperimenten toegepast.

Het Innovatieprogramma gaat uit van een aantal concrete praktijkexperimenten per provincie, zo’n 10 tot 15 experimenten voor het gehele programma, afhankelijk van schaal, omvang en complexiteit. Dit biedt alle ruimte voor verschillende soorten experimenten, die in thematiek en schaalniveau kunnen verschillen tussen de betrokken provincies. De experimenten moeten in principe aan een aantal kenmerken of vereisten voldoen om opgenomen te worden in het Innovatieprogramma:

  1. Vernieuwend karakter: geen regulier project.
  2. Strategische waarde: relevantie voor ‘groot’ thema/opgave.
  3. Draagvlak/mandaat van publieke en private stakeholders.
  4. Actieve reflectie en overdraagbare ‘quick learns’.
  5. ‘Uitvoerbaar’ binnen 3 jaar (bestaande vs. nieuwe experimenten).
  6. Communicatief: aansprekend, inspirerend, mobiliserend.