Doel en focus

Het Innovatieprogramma kent vier doelstellingen

  1. Initiëren en (helpen) uitvoeren van pilots en experimenten → experimenteren begeleiden
  2. Reflecteren op en evalueren van lopende initiatieven / experimenten → leerproces stimuleren
  3. Uitwisselen van praktijkervaringen en –kennis tussen provincies en het Rijk → kennistransfer organiseren
  4. Vergroten van inhoudelijke en procesmatige kennis en kunde → educatie versterken

Beoogde resultaten: leren van experimenteren

Vanuit deze doelen bereiken we concrete resultaten in de praktijk van mobiliteit en stedelijke ontwikkeling. Dat begint met het realiseren van een aantal goed uitgevoerde praktijkexperimenten (die juist ook mogen mislukken), maar de resultaten moeten verder reiken. Het programma levert drie typen opbrengsten: uitproberen, leren en uitdragen.

  • Uitproberen: 10 tot 15 uitgevoerde praktijkexperimenten die zowel bijdragen aan de doelen van de betreffende provincie als een belangrijke voorbeeldwerking hebben voor andere provincies en het Rijk;
  • Lerenmeer kennis en ervaring bij gemeenten en provincies en het Rijk, alsmede andere betrokken stakeholders, zowel op projectniveau (uitvoering, condities, belemmeringen, financiering, etc.) als op niveau van beleid: kaders, publieke afspraken, inzet instrumenten, en mogelijke investeringen;
  • Uitdragenvoorbeeldfunctie van de praktijkexperimenten en opgedane ervaringen en kennis verspreiden naar andere provincies, gemeenten, intermediaire instellingen en richting de Ministeries van IenM en BZK in het kader van de herijking en vernieuwing van het rijksbeleid.