Het Innovatieprogramma Mobiele Stad

Het Innovatieprogramma Mobiele Stad voert praktijkexperimenten uit, gericht op het ontwikkelen en testen van innovaties voor de integratie van mobiliteit, technologie en ruimte in steden en stedelijke regio’s.

Deze praktijkexperimenten organiseren we met direct betrokken publieke, private en particuliere stakeholders, gestimuleerd door vijf provincies. De praktijkgerichte combinatie van experimenten en kennisopbouw draagt bij aan een betere integratie van mobiliteit en stad, op verschillende schalen binnen de stedelijke regio’s.

De volgende grondslagen zijn leidend voor het Innovatieprogramma:

  1. Centraal staan de lopende projecten en praktijken in beleid en uitvoering, zoals die in de provincies en bij het Rijk ter hand worden genomen;
  2. Actuele kwesties en urgente vraagstukken op het raakvlak van mobiliteit en ruimte vormen de grondslag van het programma. Lokaal en regionaal;
  3. Vertrekpunt zijn de ‘verbindende’ vraagstukken, zoals die gedeeld worden door de betrokken regio’s en provincies;
  4. Nadruk op het uitvoeren van concrete experimenten (lokaal, stedelijk, regionaal) in de praktijk, direct inspelend op concrete vraagstukken (vooral kortlopend onderzoek; geen langjarige promotieonderzoeken);
  5. Nadruk op de uitwisseling en toepassing van nieuwe kennis in die concrete praktijkexperimenten, en tussentijdse reflectie op inzichten en ervaringen;
  6. Governance: directe betrokkenheid en actieve inzet van maatschappelijke, private en particuliere partners. En stevige bestuurlijke betrokkenheid om kansrijke experimenten om te zetten in beleid en investeringen.

Het programma bestaat uit een samenhangende opbouw in vier ‘schillen’ of niveaus:

Niveau 1: De praktijkexperimenten

De kern van het programma is het (helpen) uitvoeren van een serie concrete experimenten in de praktijk. Dat kunnen praktijkexperimenten zijn op een bepaald traject of in een bepaald gebied, op lokaal of regionaal schaalniveau. Essentieel is het organiseren van de meest relevante stakeholders – publiek, privaat en particulier – rond het betreffende experiment.

Gedurende de looptijd van 3 jaar wordt er gewerkt aan 10 tot 15 praktijkexperimenten in totaal. Niet ieder experiment is even lang of uitgebreid; sommige experimenten kunnen kortlopend zijn (bijv. enkele workshops), terwijl andere experimenten vragen om een brede aanpak die wellicht maanden of de gehele looptijd van het programma beslaat.

Niveau 2: Kennisopbouw en leren

Verbonden aan de uitvoering van de praktijkexperimenten organiseren we een aantal brede programma-activiteiten, gericht op reflectie, leren en kennisopbouw. Het doel is om het lerend vermogen van experimenten te vergroten, zowel voor de experimenten zelf alsmede voor betrokken partijen en organisaties.

Bestuurlijke masterclasses (iedere provincie 1x gastheer): Kleinschalige, thematische bijeenkomsten voor betrokken gedeputeerden en wethouders voor het uitwisselen van kennis en ervaringen tussen de vijf provincies (en het Rijk), waarvoor de experimenten de basis bieden.

Niveau 3: Kennisoverdracht en -verspreiding

In het Innovatieprogramma stellen we groot belang in de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen de vijf provincies onderling, maar ook met andere partijen binnen en buiten het programma.

In het Innovatieprogramma stellen we groot belang in de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen de vijf provincies onderling en met andere partijen binnen en buiten het programma.

De opgedane inzichten en ervaringen met praktijkexperimenten in de ene provincie kunnen voorzien in de behoeften in andere provincies. Hierin zien we een belangrijke meerwaarde. Daarom organiseren we een aantal brede, interactieve bijeenkomsten.

Meet-Up’s van de experimenten (ieder experiment 1x gastheer): Periodiek bijeenkomen rond het centrale thema van een experiment. Hierbij zijn de meest betrokken partijen bij het experiment aanwezig. De Meet-Up’s zijn ook voor mensen die niet betrokken zijn bij het experiment maar wel geïnteresseerd zijn in centrale thema of de uitwerking.

Forum Mobiele Stad (1x per jaar): Het Forum biedt de mogelijkheid voor een brede kennisuitwisseling tussen betrokken partijen binnen en buiten het programma. Het doel is om samen met alle partijen rond de praktijkexperimenten te reflecteren op kwesties en vraagstukken, deze ‘op te halen’ en aan te scherpen, en de (leer-)opbrengsten van het Innovatieprogramma samen te definiëren.

Naast het Forum worden kennis en ervaringen actief verspreid door middel van deze website, sociale media, tijdschriftartikelen, en lopende symposia/congressen.

Niveau 4: Organisatie van het programma

In de kern bestaat de programma-organisatie uit een Regiegroep, bestaande uit de vijf provincies en het Rijk, en een Kernteam dat het Innovatieprogramma primair organiseert en uitvoert.

Partnerschap voor het Innovatieprogramma: Voor de organisatie van het Innovatieprogramma is een partnerschap georganiseerd tussen vijf provincies die werken aan vergelijkbare vraagstukken rond mobiliteit, technologie en stad, op lokaal en regionaal niveau. Dit zijn de provincies Gelderland, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. De provincies zijn partners op het raakvlak van praktijk en kennisontwikkeling en -uitwisseling alsmede voor het faciliteren van lokale en regionale experimenten. Daarnaast is er een directe betrokkenheid vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en het afgeronde onderzoeksprogramma ‘Transumo Footprint’.

Aansturing door Regiegroep: De Regiegroep bestaat uit de vijf provincies en het Ministerie van IenM, incidenteel aangevuld met een vertegenwoordiger van Transumo Footprint. De Regiegroep is het centrale overleg van alle opdrachtgevers en financiers tezamen. In deze Regiegroep worden de doelen, resultaten en voortgang van het Innovatieprogramma aangestuurd en bewaakt.

Uitvoering door slagvaardig Kernteam: Het Innovatieprogramma is een initiatief van de Universiteit van Amsterdam, Universiteit Twente, Radboud Universiteit, Design Academy Eindhoven en UUM (voorheen Het Noordzuiden). Deze partijen hebben zich de laatste jaren intensief bezig gehouden met praktijkgericht onderzoek in het kader van NWO-onderzoeksprogramma’s ‘Duurzame Bereikbaarheid Randstad’ en ‘Urban Regions in the Delta’. Bovendien zijn de genoemde universiteiten en Het Noordzuiden verantwoordelijk geweest voor de inhoud en procesgang van de Community of Research and Practice GO-Spoor, gericht op transit oriented development in Nederland. In dit kader hebben de initiatiefnemers ruim 3 jaar lang een mobiliserende procesgang georganiseerd met diverse thematische en interactieve grote bijeenkomsten.